Volkshuisvesting & woningbouw
In het kort
?
Dit is een geautomatiseerde samenvatting van wat er speelt op dit dossier, gebaseerd op de blokken hieronder: coalitieakkoord, wetgeving, Kamerbrieven, commissieverslagen, financiering en koepel-standpunten. Verifieer belangrijke passages altijd via de originele bron.
Sinds de Wet versterking regie volkshuisvesting gemeenten vanaf juli 2027 verplicht tot het opstellen van woonprogramma’s en vanaf januari 2028 tot een huisvestingsverordening, staat de uitvoerbaarheid onder druk door het aanhoudende tekort van 400.000 woningen en de noodzaak om de productie te versnellen. Minister Boekholt-O’Sullivan zet met het Actieplan Versnelling Woningbouw in op het realiseren van 100.000 woningen per jaar in 2030, onder meer via tien nieuwe grootschalige locaties en digitalisering van processen, terwijl de achtste tranche van de Woningbouwimpuls in 2026 € 77,7 mln aan 16 projecten toekent.12 In debatten domineren de thema’s betaalbaarheid, de effecten van de Wet betaalbare huur op de middenhuursector, uitponding en de inzet van tijdelijke huurcontracten.3 Gemeenten krijgen per 1 oktober 2026 de mogelijkheid om tot tien jaar vooraf netcapaciteit aan te vragen voor woningbouw, waarmee knelpunten rond aansluitingen en planningszekerheid moeten worden verminderd.4 De VNG waarschuwt dat de verplichtingen uit de Wet versterking regie volkshuisvesting zonder extra uitvoeringscapaciteit en structurele middelen niet haalbaar zijn.5
Verantwoordelijk
?
De bewindspersoon (of -personen) die verantwoordelijk zijn voor dit dossier — bepaald op basis van hun portefeuille bij het huidige kabinet en betrokkenheid bij recente Kamerstukken op dit onderwerp.
Coalitieakkoord
?
Citaten uit coalitieakkoorden die dit onderwerp raken. Zowel het huidige coalitieakkoord als eerdere akkoorden voor context. Klik op een citaat om het in de originele PDF te bekijken.
Toon alle 8 passages (+5) ▾
Historische context: 14 passages uit 2 eerder akkoorden ▾
Financiën
?
Financiële posten die naar gemeenten stromen of gemeentelijke uitvoering raken. Bovenaan een samenvatting waarin bedragen klikbaar zijn: klik brengt je bij de bron. Onder de samenvatting vind je alle onderliggende posten met per post een screenshot uit de originele PDF. Bronnen: mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds, Kamerbrieven en begrotingsdocumenten.
Voor de woningbouwimpuls is in 2026 een totaalbudget van € 122 miljoen beschikbaar, waarvan na toekenning van bijdragen aan zestien projecten nog circa € 44 miljoen resteert. Jaarlijks wordt circa € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor de woningbouwimpuls, waarvan gemeenten een bijdrage van € 7.000 exclusief btw ontvangen voor elke betaalbare woning waarvan de bouw start. Binnen het bredere kader van het gemeentefonds is er incidenteel 1 miljard euro beschikbaar gesteld over tien jaar, met jaarlijks 100 miljoen euro als specifieke uitkering aan medeoverheden voor 170.000 extra betaalbare woningen. Daarnaast is er een volkshuisvestingfonds van 600 miljoen euro over vier jaar, beschikbaar gesteld in vier jaarlijkse tranches van 150 miljoen euro voor leefbaarheid en voorzieningen in kwetsbare gebieden. Voor de regio’s wordt ook ingezet op gebiedsgerichte maatregelen met een budget van € 877 miljoen vanaf 2026, en er is een rijksreserve van € 5 miljard gereserveerd ter ondersteuning van de woningbouwopgave.
📎 Alle 16 posten met bron ▾
Openstaande toezeggingen
?
Toezeggingen die de bewindspersoon in de Tweede Kamer heeft gedaan en die nog openstaan. Klik op het nummer voor de officiële detailpagina op tweedekamer.nl. Waar mogelijk staat een deadline-chip; ⚠ betekent dat de deadline verstreken is.
- TZ202606-025 ↗⚠ Deadline verstreken (1 jul 2026)De minister komt voor de zomer met een contourenbrief over de middenhuur.Boekholt-O’Sullivan, E.F. · Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Beleidsbrieven
?
Brieven van bewindspersonen aan de Tweede Kamer die dit onderwerp raken, sinds de start van kabinet-Jetten. We hebben voor dit tijdsvenster gekozen omdat bij iedere kabinetswissel de politieke verhoudingen weer anders liggen, en fracties andere opvattingen kunnen hebben wanneer ze wisselen van oppositie naar coalitie of andersom.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werkt aan randvoorwaarden voor de begrenzing en monitoring van stedelijke ecosystemen, waarbij gemeenten dit najaar worden betrokken en de impact op woningbouw en infrastructuur wordt geïnformeerd. Daarnaast wordt de handreiking 'Groen in en om de Stad' geactualiseerd en wordt bij de uitvoering van de motie Beckerman een stappenplan voor vergroening en hitteadaptatie ontwikkeld, met speciale aandacht voor wijken met de meeste hittestress.
De minister kondigt aan het huidige stelsel van zelfregulering in de makelaardij te willen versterken met passende wettelijke regulering om misstanden aan te pakken en de positie van de consument te verbeteren. Tevens wordt gewerkt aan het uniformeren van het biedproces en het opstellen van een wettelijke kwaliteitsstandaard voor makelaars, in overleg met betrokken partijen en Kamerleden.
Het kabinet introduceert per 1 oktober 2026 een nieuwe werkwijze waarbij gemeenten tot 10 jaar vooraf netcapaciteit kunnen aanvragen voor woningbouw en onderwijshuisvesting, met een gefaseerde invoering en een wachtrijsysteem op basis van geplande bouwdata. Daarnaast zijn waarborgen afgesproken om financiële risico’s voor gemeenten te beperken, waaronder uitstel van facturering tot 1 oktober 2027, een alternatief voor aanbetalingen in ontwikkeling, en een voorziening voor schrijnende situaties bij kleinere gemeenten.
Het kabinet heeft SEO opdracht gegeven het rapport over het investeringsklimaat voor middenhuur te actualiseren en de effecten van diverse maatregelen door te rekenen. De uitkomsten van dit rapport worden betrokken bij de besluitvorming van de Taskforce Versnelling Woningbouw.
Het kabinet voert een verplichte jaarlijkse inkomenstoets in voor sociale huurders en introduceert een vermogenstoets bij de toewijzing van sociale huurwoningen om de schaarse sociale woningvoorraad beter te richten op huishoudens die deze het meest nodig hebben. Daarnaast worden mogelijkheden onderzocht voor een vermogensafhankelijke huurverhoging en het aanpakken van woningbezit onder sociale huurders om doorstroom te bevorderen en investeringscapaciteit van corporaties te vergroten.
Het Actieplan Versnelling Woningbouw bevat vijftig acties om de woningbouwproductie te verhogen naar 100.000 woningen per jaar in 2030, door meer, sneller en beter te bouwen, onder andere via tien nieuwe grootschalige locaties, digitalisering, industrialisatie en financiële impulsen van €7 miljard plus circa €28 miljard investeringscapaciteit voor corporaties. Daarnaast worden vergunningstrajecten versneld, regelgeving vereenvoudigd en integrale afspraken gemaakt om knelpunten in de woningbouwketen op te lossen en betaalbare huurwoningen te stimuleren.
Het kabinet legt op 21 september het Actieplan Versnelling Woningbouw voor aan de Kamer en evalueert de Wet betaalbare huur, waarbij ook een adviescommissie Woningcorporaties wordt ingesteld om de sector toekomstbestendig te maken. Daarnaast blijft het kabinet sturen op het middensegment en benut het de ruimte binnen de Wet regie om aandachtspunten uit het onderzoek Betaalbaar Bouwen aan te pakken.
Het kabinet zet in op het terugdringen van gezondheidsverschillen bij geboorte door integrale aanpakken zoals het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord en de structurele investering in de Kansrijke Start-aanpak, met extra middelen voor gemeenten in de NPLV-gebieden tot 2029. Daarnaast wordt verder onderzoek en samenwerking gestimuleerd om de invloed van leefomgeving en woonomstandigheden op geboorte-uitkomsten beter te begrijpen en aan te pakken.
De opsplitsing van de OZB in een gronddeel en een opstaldeel wordt niet als geschikt middel gezien om hoge grondprijzen, leegstand en braakliggende grond tegen te gaan vanwege juridische, handhavings- en effectiviteitsproblemen. In plaats daarvan worden bestaande en nieuwe beleidsinstrumenten ingezet, waarvan de verdere toelichting volgt tijdens het Commissiedebat Grondbeleid op 11 november 2026.
Het kabinet presenteert de Miljoenennota 2027 met maatregelen gericht op lastenverlichting, investeringen in infrastructuur, woningbouw en vergroening, en het uitstellen van sociale zekerheidsmaatregelen om breed draagvlak te creëren. Tevens worden hervormingen in het box 3-stelsel, extra inzet op veiligheid, asielbeleid en ondersteuning van kwetsbare groepen aangekondigd, met nadruk op samenwerking met diverse maatschappelijke partners.
Het kabinet houdt de energiearmoede scherp in de gaten en heeft voor 2026 extra middelen vrijgemaakt, waaronder €55 miljoen voor gemeenten en €193 miljoen voor het Noodfonds Energie, om huishoudens te ondersteunen bij energiekosten en verduurzaming. Daarnaast is het Nationaal Energiearmoede Observatorium gestart om kennis te verzamelen en beleid te verbeteren, met vervolgacties op basis van praktijkervaringen en aanbevelingen.
De inhoudingsmogelijkheid voor huisvestingskosten op het minimumloon van arbeidsmigranten wordt afgeschaft, gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Wet passende huurcontracten voor betere huurbescherming. Dit besluit, dat naar verwachting op 1 juli 2028 ingaat, voorkomt misbruik door werkgevers en versterkt de huisvestingspositie van arbeidsmigranten.
Het eindrapport van de evaluatie van de Wet goed verhuurderschap is aangeboden, waarbij de minister aangeeft het rapport nader te bestuderen en eind dit jaar de Kamer te informeren over de inhoudelijke appreciatie en mogelijke opvolging van de aanbevelingen. Daarbij zal ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden betrokken.
De Kamer is geïnformeerd over de lichte daling van het studentenhuisvestingstekort naar circa 20.200 woningen en de voortgang van bouwplannen voor ruim 17.000 nieuwe studentenwoningen, waarmee de bouwopgave op koers ligt. Daarnaast zijn acties aangekondigd om de realisatie te versnellen, waaronder afspraken met universiteiten over campushuisvesting en regionale woondealafspraken, met een update hierover in het vierde kwartaal van 2026.
Het kabinet heeft vijf nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties aangewezen die samen circa 30.000 woningen tot 2035 moeten opleveren, gericht op snelle realisatie zonder extra infrastructuurinvesteringen. Daarnaast wordt een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld waarbij het Rijk een actieve regierol neemt om versnelling en integrale ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen te waarborgen.
Minister Boekholt-O’Sullivan erkent dat de Wet betaalbare huur (Wbh) mede heeft bijgedragen aan het krimpen van het middenhuuraanbod door strengere huurprijsregulering en stapeling van fiscale en marktmaatregelen, wat sommige verhuurders tot verkoop aanzet. Ze kondigt een optimalisatie van de Wbh aan om verhuurders te ondersteunen en het aanbod betaalbare middenhuur te vergroten, zodat meer huishoudens met een middeninkomen passende woningen kunnen vinden.
Het kabinet zet de Actieagenda STOER voort om woningbouw te versnellen door regels te schrappen, procedures te vereenvoudigen en samenwerking te versterken. Maatregelen zoals kosteloze digitale NEN-normen, verlaging van geluidproductieplafonds en een meldpunt voor vertragende regels zijn al ingevoerd. Verder worden procedures versneld, financieringsmogelijkheden verbeterd en technische eisen versoepeld om bouwen goedkoper en eenvoudiger te maken.
De minister erkent dat onderuitputting bij woningbouw vooral komt door afhankelijkheid van gemeenten en ontwikkelaars en introduceert de Realisatiestimulans om dit te verbeteren. Bij dreigende onderuitputting wordt beleid periodiek geëvalueerd en waar mogelijk aangepast, binnen begrotingsregels. Tevens wordt toegezegd dat in de jaarlijkse veegbrief voortaan ook grote slotverschillen bij verplichtingen worden gemeld.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 om de projectsteun te moderniseren. De minister legt het ontwerpbesluit ter consultatie voor aan de Tweede Kamer en stelt een verlenging van de termijn tot 15 september 2026 in vanwege het zomerreces. Na deze periode wordt het advies van de Raad van State ingewonnen en kan het besluit worden vastgesteld.
De minister kent uit de achtste tranche van de Woningbouwimpuls €77,7 miljoen toe aan 16 projecten voor ruim 13.000 woningen, waarvan circa 69% betaalbaar, en opent in september 2026 een negende tranche met €44 miljoen beschikbaar. Daarnaast worden uit de tweede tranche van de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven ruim €4 miljoen toegekend aan 3 projecten voor circa 300 woningen, waarvan 70% betaalbaar.
De Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland wordt verlengd tot 1 januari 2027 om lopende maatregelen verder te versterken. De pilot Hypotheekgarantie Bonaire wordt met drie jaar verlengd en er wordt gewerkt aan beter passende instrumenten voor eigenwoningbezit. Orkaanbestendige flexwoningen zijn momenteel geen rendabele oplossing voor het woningtekort.
Er worden 100.000 woningen per jaar gebouwd om het woningtekort aan te pakken, met inzet op slimme benutting van ruimte en samenwerking tussen markt en overheid. De minister werkt aan een integrale nationale omgevingsvisie tot 2050 met 9 extra grootschalige woningbouwlocaties, gekoppeld aan energievoorziening en natuur. Betaalbare, duurzame en passende woningen krijgen prioriteit, met versterkte regie via de Wet versterking regie volkshuisvesting per 1 juli 2026.
De minister stelt een vierde tranche van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO) open met een subsidieplafond van €40 mln om geclusterde woonvormen voor ouderen te bevorderen en doorstroming op de woningmarkt te stimuleren. Daarnaast wordt de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) voortgezet om huurwoningen aan te sluiten op warmtenetten, wat bijdraagt aan de energietransitie en netcongestie beperkt.
De minister erkent dat de Wet betaalbare huur het rendement van verhuurders beïnvloedt en leidt tot verkoop van huurwoningen, wat het aanbod in de private huursector met circa 13.000 woningen deed krimpen in 2025. Het kabinet wil het investeringsklimaat verbeteren en onderzoekt vóór de evaluatie in 2027 optimalisaties van de wet om het huurwoningaanbod op peil te houden.
De minister biedt het ontwerpbesluit aan voor wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, waarin de beleidswaarde wordt geïntroduceerd. De Tweede Kamer krijgt vier weken de tijd om zich uit te spreken voordat het besluit aan de Raad van State wordt voorgelegd voor advies. De vaststelling van het besluit kan niet eerder dan 6 mei 2026 plaatsvinden.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening meldt dat zij op 9 april 2026 niet kan deelnemen aan het commissiedebat over verward en onbegrepen gedrag vanwege gelijktijdige plenaire Kamerbehandelingen over klimaatbeleid en de Wet toekomstbestendige huurcommissie. Andere betrokken ministers zullen namens het kabinet aanwezig zijn.
De minister kiest voor aanpassing van de huurprijsregulering om het investeringsklimaat voor middenhuur te verbeteren en zo het aanbod van betaalbare huurwoningen voor middeninkomens op peil te houden, ondanks dat dit ten koste kan gaan van de betaalbaarheid. In april volgt nadere informatie over de uitwerking van deze afspraken en mogelijke alternatieven zoals fiscale prikkels en borgstellingen.
De minister stuurt de interim-auditrapportage 2025 van de Auditdienst Rijk over het financieel beheer van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor het eerste halfjaar 2025 naar de Tweede Kamer. Het rapport wordt tevens gepubliceerd op de Rijksoverheid-website.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening presenteert het planningsoverzicht en wetgevingsoverzicht voor 2026, met de kanttekening dat de planning kan wijzigen en aanvullende stukken mogelijk worden aangeboden. Hiermee informeert zij de Tweede Kamer over de voorgenomen beleidsstukken en wetgeving in het komende jaar.
Het kabinet richt het Fonds Coöperatief Wonen op met €60,6 miljoen subsidie om financiële belemmeringen voor wooncoöperaties weg te nemen en zo coöperatief wonen te stimuleren. Het fonds verstrekt leningen vanaf de planfase voor nieuwe betaalbare huurwoningen en ondersteunt gemeenten bij locatievoorziening en ontwikkelprocessen. Hiermee wordt coöperatief wonen als volwaardig alternatief versterkt en toegankelijker gemaakt.
De minister zet in op landelijke uitrol van doorstroommakelaars en verhuiscoaches via het volkshuisvestingsprogramma en prestatieafspraken met corporaties, en bespreekt met de hypotheeksector verhuizen voor ouderen aantrekkelijker te maken. Sociale huurwoningen mogen niet worden gebruikt voor financieel gewin; gemeenten en corporaties krijgen instrumenten om misbruik tegen te gaan. Het vervolg op STOER wordt voor het zomerreces uitgewerkt, met al lopende aanpassingen in bouwregelgeving. Procedures voor woningbouw worden versneld via de wet regie volkshuisvesting, met behoud van rechtsmiddelen. Woningsplitsing wordt vergunningsvrij gemaakt van 1 naar 2 wooneenheden binnen een uniform beleidskader. Europese regels voor woningcorporaties worden geanalyseerd en een wetswijziging voorbereid, met overleg over implementatie en mogelijkheden voor
Het kabinet maakt bestuurlijke afspraken met regio’s over de inzet van €2,5 miljard voor het ontsluiten van nieuwe woningen en €877 miljoen voor gebiedsgerichte woningbouwmaatregelen in nationale grootschalige woningbouwgebieden. Voorbeelden zijn de planstudie voor de Oude Lijn en de ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg, die samen tienduizenden woningen en arbeidsplaatsen mogelijk maken. De aanpak sluit aan bij de Ontwerp-Nota Ruimte en de NOVEX-aanpak voor integrale en gebiedsgerichte ruimtelijke ordening.
De minister past het gebiedsbudget voor grootschalige woningbouw aan met een kasschuif om beter aan te sluiten bij het uitgavenpatroon van gemeenten, zonder vertraging in woningbouwdoelen. Daarnaast wordt structureel geïnvesteerd in randvoorwaarden zoals ruimtelijke informatie en het uitvoerend apparaat, ook door herbestemming van middelen, om de woningbouwproductie te ondersteunen. Flex- en transformatiewoningen worden naast reguliere sociale woningen gestimuleerd, mede vanwege hun bijdrage aan de huisvesting van statushouders en kostenbesparing.
Het ontwerpbesluit wijzigt diverse besluiten om de regie op de volkshuisvesting te versterken. Het wordt ter advisering voorgelegd aan de Raad van State en aan beide Kamers van de Staten-Generaal, met een termijn tot 2 februari 2026 voor advies en besluitvorming.
Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting geeft minister, provincies en gemeenten instrumenten om beter te sturen op het aantal, de locatie en doelgroep van woningbouw, met als doel 100.000 woningen per jaar, waarvan 2/3 betaalbaar en 30% sociale huur. Een novelle repareert juridisch niet houdbare amendementen, waaronder het schrappen van het verbod op urgentie voor vergunninghouders vreemdelingenwet en het afschaffen van een niet-effectieve fatale beslistermijn voor bouwvergunningen. Het besluit versnelt woningbouw door onder meer vergunningvrije mantelzorgwoningen en het schrappen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
De minister meldt bij de Slotwet 2025 overboekingen naar het Btw-compensatiefonds voor diverse woningmarkt- en ruimtelijke ordeningsregelingen. Uitgaven voor flexwoningen en het project Zuiderhage worden met respectievelijk €6 mln. en €11 mln. verlaagd door vertragingen. Ontvangsten dalen door vertraagde plaatsingen en uitgestelde betalingen, met een verschuiving van circa €10,3 mln. naar 2026.
De minister bevestigt dat de Woningbouwimpuls sinds 2020 al 232.876 woningen, waarvan tweederde betaalbaar, financieel heeft ondersteund en blijft inzetten op complexe projecten waar knelpunten woningbouw onhaalbaar maken. Vanaf 2026 wordt de regeling vereenvoudigd en voortgezet, als onderdeel van een samenhangend pakket van financiële instrumenten ter versnelling van betaalbare woningbouw.
De minister rapporteert over de voortgang van het volkshuisvestingsbeleid met focus op meer woningbouw, betaalbaarheid, verduurzaming en leefbaarheid. Er is een klein negatief effect van stikstofregels op bouwvergunningen, maar belemmeringen liggen vooral bij natuurvergunningen. Initiatieven zoals de Realisatiestimulans en benutting van kleine groene woonlocaties worden ingezet om woningbouw te versnellen.
Provincies, gemeenten en corporaties realiseren sinds 2022 315.000 woningen, maar met gemiddeld 84.000 per jaar blijft de productie achter op de doelstelling van 100.000 woningen. De minister zet in op het versnellen van woningbouw door knelpunten als stikstof, netcongestie en capaciteit aan te pakken, samenwerking via versnellingstafels te versterken en gemeenten te stimuleren plannen sneller 'hard' te maken.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening nodigt de commissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening uit voor een kennismakingsbijeenkomst op 17 december 2025. Tijdens deze bijeenkomst worden de werkzaamheden van het ministerie en de samenwerking met de Kamer toegelicht, inclusief de mogelijkheden voor Kamerleden om gebruik te maken van ambtelijke expertise.
Het Besluit Woningbouwimpuls 2020 wordt gewijzigd met een actualisatie van de begrippen betaalbare woningen en de delegatie van criteria voor toekenning. De wijziging treedt in werking op 1 januari 2026. Hiermee wordt de uitvoering van de woningbouwimpuls geactualiseerd en verbeterd.
De minister benadrukt dat volkshuisvestingsbeleid primair een nationale verantwoordelijkheid blijft, maar ziet meerwaarde in Europese samenwerking voor het versnellen en kostenefficiënter maken van woningbouw via innovatieve bouwvormen. Tevens zet zij in op het vereenvoudigen van Europese regelgeving die woningbouw bemoeilijkt.
Het kabinet biedt het onderzoek naar het investeringsklimaat voor middenhuurwoningen aan en verkent beleidsopties om dit te verbeteren. Voor het einde van het jaar volgt een Kamerbrief met de belangrijkste bevindingen.
De minister start een consultatie voor aanpassingen in de Wet betaalbare huur, waaronder een zwaardere weging van de WOZ-waarde, het schrappen van minpunten voor woningen zonder buitenruimte, hogere huren voor kleine monumenten en het toestaan van tijdelijke huurcontracten voor alle studenten. Deze maatregelen moeten de huurvoorraad behouden en flexibiliteit voor verhuurders vergroten, met beperkt effect op de betaalbaarheid.
Commissieverslagen
?
Verslagen van commissiedebatten en wetgevingsoverleggen die dit onderwerp raken, sinds de start van kabinet-Jetten. Verslagen bevatten de inbreng per fractie en de beantwoording door de bewindspersoon. We hebben voor dit tijdsvenster gekozen omdat bij iedere kabinetswissel de politieke verhoudingen weer anders liggen, en fracties andere opvattingen kunnen hebben wanneer ze wisselen van oppositie naar coalitie of andersom.
De minister beantwoordt vragen over de voortgang en uitvoering van de subsidieregeling isolatie en ventilatie in Groningen en Noord-Drenthe, waarbij aandacht is voor doorlooptijden, bureaucratievermindering, bereik onder bewoners en voorwaarden van de regeling. Tevens wordt toegezegd de Kamer te informeren over wachttijden, evaluaties en verbeteringen in de uitvoering, met nadruk op een snelle, eerlijke en toegankelijke aanpak voor alle betrokken huishoudens.
Debat over bouwregelgeving en de modernisering van het stelsel, met aandacht voor brandveiligheid, hittebestendigheid, bureaucratische belemmeringen en de impact van beschermde diersoorten op woningbouwprojecten. Er ontstond spanning over de balans tussen vereenvoudiging en veiligheid, de rol van lokale versus landelijke regels, en de aanpak van vertragingen door bezwaarprocedures en natuurwetgeving.
Debat over ruimtelijke ordening en de uitvoering van de Omgevingswet, met aandacht voor klimaatadaptatie, woningbouwversnelling, bezwaarprocedures en leefbaarheid van dorpen. Spanningen ontstonden rond de urgentie van concrete keuzes voor klimaatrisico’s, de balans tussen rechtsbescherming en woningbouwversnelling, en het belang van maatschappelijke voorzieningen bij grote bouwprojecten.
Debat over de introductie van de beleidswaarde in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, gericht op het verminderen van administratieve lasten voor woningcorporaties en het verbeteren van de aansluiting van de jaarrekening op hun maatschappelijke taak. Fracties verschillen over de borging van consistentie en transparantie in waarderingsmethodiek, waarbij zorgen bestaan over vergelijkbaarheid tussen corporaties en de rol van toezichthouders en accountants.
Debat over het huurbeleid en de effecten van de Wet betaalbare huur op de middenhuursector, met aandacht voor uitponding, huurprijsregulering en tijdelijke huurcontracten. Standpunten liepen uiteen over de oorzaken van de uitpondgolf en de aanpak ervan, waarbij JA21 en SGP pleitten voor meer marktgerichte aanpassingen en PVV en GroenLinks-PvdA de balans tussen huurdersbescherming en verhuurdersbelangen benadrukten.
Debat over de aanpak van leefbaarheid en veiligheid in twintig NPLV-wijken met focus op woningkwaliteit, gezondheid, veiligheid en sociale samenhang. Fracties verschillen over uitbreiding van het programma, toepassing van de Rotterdamwet, versterking van het middenhuursegment en de continuïteit van financiering na 2028.
Debat over de Nota Ruimte en de ruimtelijke ordening van Nederland, met aandacht voor woningbouwambities, natuurherstel, dubbel ruimtegebruik, en integrale samenwerking tussen overheden. Fracties verschillen over de mate van ruimte-efficiëntie, de rol van natuur- en landbouwbeleid, en de noodzaak van concrete uitvoeringsstrategieën en financiële onderbouwingen voor agrarische en regionale belangen.
Debat over het wetsvoorstel tot versterking van de regie op volkshuisvesting, met focus op betaalbare koopwoningen, sociale huurquota en het afschaffen van voorrang voor statushouders. Spanningen ontstonden vooral tussen fracties over de mate van regulering, de haalbaarheid van sociale huurpercentages per gemeente en de juridische en ethische bezwaren tegen het intrekken van voorrang voor statushouders.
Debat over bouwregelgeving en de versterking van de regie op volkshuisvesting, met focus op het ontwerpbesluit dat gemeenten verplicht tot regionale afspraken over betaalbare woningbouw, instandhoudingstermijnen en instrumenten tegen leegstand. Spanningen ontstonden rond de verdeling van sociale huur en middenhuur, de instandhoudingstermijnverschillen, en de rol van provincies bij het afdwingen van afspraken binnen woningbouwregio’s.
Debat over een integrale visie op de woningmarkt, waarbij onder meer de voortgang van nationale prestatieafspraken, de rol van woningcorporaties, huurmarktontwikkelingen en belemmeringen voor wooncoöperaties werden besproken. Er ontstond spanning tussen GroenLinks-PvdA, die pleitten voor versterking van corporaties en behoud van sociale huur, en VVD, die de nadruk legde op het vergroten van het middensegment en minder regulering, terwijl BBB en SGP discussieerden over buitenstedelijke bouw en stikstofbeleid.
Gemeentelijk perspectief
?
Positie van koepels die gemeenten vertegenwoordigen op dit onderwerp, sinds de start van kabinet-Jetten.
VNG pleit voor versterkte regie en samenwerking binnen de volkshuisvesting en benadrukt de noodzaak van standaardisering, digitalisering en het wegnemen van uitvoeringsbelemmeringen zoals personeelstekorten en regelgeving. Zij roepen op tot een grondige evaluatie van de Wet betaalbare huur in samenhang met fiscale en macro-economische factoren. Daarnaast vraagt VNG aandacht voor het tekort aan gespecialiseerde woonvoorzieningen (Skaeve Huse) voor kwetsbare groepen.
- Samen bouwen aan Wonen Eerst ↗ · 16 juni 2026
- Inbreng Woonbond, Aedes en VNG CD Wet betaalbare huur 3 juni ↗ · 29 mei 2026
- VNG-inbreng debat woningbouwopgave 28 mei 2026 ↗ · 28 mei 2026
- Position paper VNG Rondetafelgesprek Skaeve Huse ↗ · 22 mei 2026
- VNG-inbreng Wet regie versterking volkshuisvesting ↗ · 16 april 2026
G40 benadrukt de noodzaak van betaalbare energierekeningen voor huurders en bewoners. De koepel roept op tot uitstel van de Wet Regie op de Volkshuisvesting en verwerping van de Asielnoodmaatregelenwet vanwege mogelijke negatieve effecten op de woningmarkt. G40 monitort continu lokale woonontwikkelingen via de Lokale Monitor Wonen.
- G40 vraagt in Tweede Kamer aandacht voor betaalbare energierekening ↗ · 13 april 2026
- Update Lokale Monitor Wonen ↗ · 24 februari 2026
- Oproep tot verwerping Asielnoodmaatregelenwet en uitstel Wet Regie op de Volkshuisvesting ↗ · 4 juli 2025
Platform31 benadrukt het belang van het versnellen van middenhuurwoningen om de woningmarkt beter te bedienen, aangezien huidige corporatieplannen achterblijven bij de Nationale Prestatieafspraken. Daarnaast pleit het voor gerichte woningtoewijzing om vitale, duurzame woongemeenschappen voor senioren te bevorderen. Ook onderstreept Platform31 de noodzaak van goede zorgondersteuning buiten kantooruren voor kwetsbare groepen.
- Middenhuur daar kun je nu al mee aan de slag ↗ · 6 augustus 2026
- Sturen op vitale woongemeenschappen met gerichte woningtoewijzing ↗ · 6 augustus 2026
- Zorg in de avond nacht en het weekend anw zo organiseer je ondersteuning buiten kantooruren ↗ · 6 augustus 2026
Wetgeving
?
Wetsvoorstellen die dit onderwerp raken — zowel in behandeling als aangenomen. Klik op een wetsnaam om naar de detail-pagina op tweedekamer.nl te gaan.
Dit wetsvoorstel regelt dat overheden beter kunnen sturen op waar, hoeveel en voor wie woningen worden gebouwd, met als doel de woningbouw te versnellen en urgent woningzoekenden gelijke kansen te geven. Het geldt voor het Rijk, provincies en gemeenten die verantwoordelijk zijn voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. De aanleiding was dat eerdere plannen onderdelen bevatten die juridisch onhoudbaar of praktisch onuitvoerbaar bleken, zoals het verbod op urgentie voor vreemdelingen en de overdracht van vergunningbevoegdheden, waardoor aanpassingen nodig waren om discriminatie te voorkomen en de uitvoering te verbeteren. Daarnaast worden regels over voorkeursrechten op grond aangepast om eigendomsrechten beter te beschermen en tegelijkertijd woningbouw te stimuleren. Hiermee wil de overheid de regie op volkshuisvesting versterken en de woningbouwopgave effectiever aanpakken.
Dit wetsvoorstel regelt dat het Rijk, provincies en gemeenten samen meer regie krijgen over de volkshuisvesting om het grote woningtekort in Nederland aan te pakken. Het geldt voor alle overheden die betrokken zijn bij woningbouw en -verdeling, met speciale aandacht voor betaalbare woningen en kwetsbare groepen. De aanleiding is dat er te weinig betaalbare woningen zijn, bouwprojecten lang duren en de verdeling van sociale huurwoningen ongelijk is, waardoor veel mensen moeilijk aan een passende woning komen. Het voorstel zorgt voor betere afstemming, snellere procedures en duidelijke taken, zodat er sneller en evenwichtiger gebouwd kan worden.
Het wetsvoorstel Wet betaalbare huur regelt dat huurprijzen in het middensegment (huur tot circa €1.123) worden beperkt en dat de bestaande huurprijsbescherming via het woningwaarderingsstelsel (WWS) dwingend wordt gemaakt. Dit geldt voor huurders en verhuurders van huurwoningen in het lage en middenhuursegment, met als doel de betaalbaarheid te verbeteren en excessieve huurverhogingen tegen te gaan. De aanleiding is dat middeninkomens, zoals leraren en verpleegkundigen, steeds moeilijker betaalbare huurwoningen kunnen vinden door stijgende huren en een tekort aan passende woningen, vooral in grote steden. Gemeenten krijgen een rol in toezicht en handhaving, en huurders worden beter beschermd via verbeterde toetsingsmogelijkheden. Hiermee wil de overheid de woonlasten voor middeninkomens verlagen en de huurmarkt eerlijker maken.
Gerelateerde dossiers
?
Andere dossiers op beleidskern.nl met overlappende onderwerpen of ministerie.