Wet inburgering 2021
In het kort
?
Dit is een geautomatiseerde samenvatting van wat er speelt op dit dossier, gebaseerd op de blokken hieronder: coalitieakkoord, wetgeving, Kamerbrieven, commissieverslagen, financiering en koepel-standpunten. Verifieer belangrijke passages altijd via de originele bron.
Sinds de Wet inburgering 2021 gemeenten sinds 1 januari 2022 verantwoordelijk maakt voor de regie op brede intake, het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) en de uitvoering van drie leerroutes, leidt de aanhoudende toestroom van asielstatushouders en het tekort aan passende huisvesting tot capaciteitsproblemen in de uitvoering. Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen benoemt in de kabinetsreactie op de tussenevaluatie dat de regierol van gemeenten en het taalaanbod positief uitpakken, maar dat knelpunten ontstaan bij het tijdig opstellen van PIP’s en het realiseren van voldoende taalaanbod, vooral voor de Z-route.1 In debatten staan de uitvoerbaarheid van de brede intake, de samenwerking met onderwijsinstellingen en de effectiviteit van het participatieverklaringstraject centraal. Voor 2026 is € 12,5 miljoen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening gericht op jongeren, waarmee gemeenten extra ondersteuning kunnen bieden.2 De VNG dringt aan op structurele compensatie voor de extra uitvoeringslasten door hogere instroom en complexere casuïstiek.3
Verantwoordelijk
?
De bewindspersoon (of -personen) die verantwoordelijk zijn voor dit dossier — bepaald op basis van hun portefeuille bij het huidige kabinet en betrokkenheid bij recente Kamerstukken op dit onderwerp.
Coalitieakkoord
?
Citaten uit coalitieakkoorden die dit onderwerp raken. Zowel het huidige coalitieakkoord als eerdere akkoorden voor context. Klik op een citaat om het in de originele PDF te bekijken.
Geen passages over dit dossier gevonden in het coalitieakkoord van het huidige kabinet.
Historische context: 3 passages uit 1 eerder akkoord ▾
Financiën
?
Financiële posten die naar gemeenten stromen of gemeentelijke uitvoering raken. Bovenaan een samenvatting waarin bedragen klikbaar zijn: klik brengt je bij de bron. Onder de samenvatting vind je alle onderliggende posten met per post een screenshot uit de originele PDF. Bronnen: mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds, Kamerbrieven en begrotingsdocumenten.
Voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 is er in 2026 een structureel extra budget van € 12,5 miljoen beschikbaar gesteld voor re-integratiedienstverlening gericht op jongeren tot 27 jaar. Hiervan ontvangen individuele gemeenten vanaf 2026 in totaal € 9,9 miljoen extra voor het ondersteunen van jongeren bij arbeidsinschakeling, binnen dit programma. Dit budget loopt op tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. Deze middelen zijn onderdeel van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk en worden ingezet in het kader van artikel 7a van de Participatiewet.
📎 Alle 1 post met bron ▾
Openstaande toezeggingen
?
Toezeggingen die de bewindspersoon in de Tweede Kamer heeft gedaan en die nog openstaan. Klik op het nummer voor de officiële detailpagina op tweedekamer.nl. Waar mogelijk staat een deadline-chip; ⚠ betekent dat de deadline verstreken is.
- TZ202510-093 ↗🕒 Deadline 31 okt 2026Over de stappen die de staatssecretaris van SZW wil zetten op inburgering ontvangt de Kamer in oktober een brief.Nobel, J.N.J. · Staatssecretaris Integratie en Participatie
Beleidsbrieven
?
Brieven van bewindspersonen aan de Tweede Kamer die dit onderwerp raken, sinds de start van kabinet-Jetten. We hebben voor dit tijdsvenster gekozen omdat bij iedere kabinetswissel de politieke verhoudingen weer anders liggen, en fracties andere opvattingen kunnen hebben wanneer ze wisselen van oppositie naar coalitie of andersom.
Onherroepelijke boetes en terugbetalingsverplichtingen voor asielstatushouders onder de Wet inburgering 2013 worden herzien en terugbetaald of kwijtgescholden, met een herstelactie van €9 miljoen. Voor de Wet inburgering 2021 wordt een wetswijziging ingezet om boetes door DUO voor asielstatushouders te schrappen, waarbij gemeenten de handhaving op inspanning blijven uitvoeren.
Fraude bij inburgeringsexamens leidt tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf en ongeldigverklaring of intrekking van inburgeringsdiploma’s, met mogelijke gevolgen voor verblijfsrecht en Nederlanderschap, afhankelijk van een zorgvuldige belangenafweging. Er zijn acht fraudegevallen bekend, met aangescherpte controles en extra maatregelen om misbruik te voorkomen; fundamentele aanpassingen aan het examenstelsel zijn niet nodig.
Het CvTE heeft fraude met inburgeringsexamens (B1- en A2-niveau) vastgesteld en maatregelen genomen, zoals het beperken van examendagen en het uitbreiden van itembanken om delen van opgaven te voorkomen. Vervalste slagingsbewijzen bij het basisexamen inburgering buitenland zijn ontdekt; aanvragen met vervalsingen zijn afgewezen en aangifte is gedaan. Verdere maatregelen en monitoring worden voortgezet.
De Wet inburgering 2021 (Wi2021) wordt positief beoordeeld vanwege de regierol van gemeenten en het verbeterde taalaanbod, maar kent uitdagingen zoals capaciteitsproblemen door hogere aantallen asielstatushouders en woningtekorten. Het kabinet zet in op verdere verbetering van het lerende stelsel en waarborgt dat maatschappelijke ontwikkelingen de inburgering niet belemmeren.
Er is een fout in de formule van het basisexamen inburgering buitenland ontdekt en hersteld, waarbij 1.700 personen onjuiste uitslagen ontvingen; 541 gezakte uitslagen zijn gecorrigeerd en kosten worden vergoed, terwijl 582 onterecht geslaagden hun status behouden. De tussenevaluatie van de Wet inburgering 2021 en het kostenonderzoek worden begin 2026 verwacht. De motie Kröger om middelen voor taalonderwijs bij het COA samen te voegen is niet uitvoerbaar vanwege wettelijke beperkingen, terwijl het kabinet met diverse programma’s en subsidies inzet op het versterken van het Nederlands leren, onder meer via werkgevers en projecten gericht op statushouders, arbeidsmigranten en Oekraïense ontheemden.
De staatssecretaris zet in op het verbeteren van inburgering door meer taal leren op de werkvloer te stimuleren, onder meer via 200 uur taalonderwijs in betaalde banen binnen de Zelfredzaamheidsroute. Daarnaast wordt de inburgeringstermijn met maximaal een jaar verlengd voor wie minstens 24 uur per week werkt of vanwege kinderopvangtekort niet kan deelnemen. Ook wordt het programma Taal met collega’s uitgebreid om praktijkgericht taalonderwijs te bevorderen.
Circa 29% van de inburgeraars met asielstatus volgt de Z-route, hoger dan de aanvankelijke 15% inschatting, wat wordt gevolgd en geëvalueerd. De Z-route omvat 800 uur taal- en participatielessen, sluit af met een eindgesprek zonder examen, en is bedoeld voor mensen die het hogere taalniveau binnen de termijn niet haalbaar achten. De Staatssecretaris benadrukt het belang van taalvaardigheid en stelt dat de Z-route geen ontwijkingsroute mag zijn, maar een intensief traject voor activering en participatie.
De staatssecretaris meldt dat sinds de invoering van de Wet inburgering 2021 ruim 111.000 personen inburgeringsplichtig zijn geworden, waarvan 10.710 zijn uitgestroomd, met 33% die de plicht heeft voldaan. Er wordt ingezet op snelle taalverwerving en participatie, met aandacht voor ondersteuning en prikkels om inburgering te voltooien. De impact van asielinstroom en een recent EU-arrest op het stelsel wordt onderzocht, en na het zomerreces volgt een nadere beleidsreactie.
De boetes en terugbetalingen voor statushouders die niet tijdig slagen voor het inburgeringsexamen worden voorlopig opgeschort in afwachting van een uitspraak van de Raad van State over het Europese Hof van Justitie-arrest. De staatssecretaris onderzoekt daarnaast extra prikkels om inburgering te stimuleren, aangezien inburgering belangrijk blijft.
Het kabinet erkent de lange verblijfsduur van statushouders in asielopvang en zet in op snellere uitstroom naar gemeenten via financiële steun en doorstroomlocaties. Tegelijkertijd werkt het aan uitbreiding van de woningvoorraad met opstartwoningen en verbetert het COA de capaciteit en motivatie voor het Voorinburgeringsprogramma.
Gemeenten hebben een dekkend inburgeringsaanbod gerealiseerd en inburgeraars zijn overwegend positief over de Wet inburgering 2021. Asielstatushouders starten vaak vroeg met voorinburgering in COA-opvang, maar gezinsmigranten beginnen later met de brede intake en het Plan Inburgering en Participatie (PIP). De tussenevaluatie in 2025 zal verdere beleidsreacties mogelijk maken.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit inburgering 2021 door de voorwaarden voor het verstrekken van sociale leningen aan niet-inburgeringsplichtigen aan te passen, een vrijstelling op te nemen na afronding van de Module Arbeidsmarkt en Participatie, en de Blik op Werk ureneis van de zelfredzaamheidsroute te wijzigen, naast enkele technische aanpassingen. De Kamer krijgt de mogelijkheid om zich hierover uit te spreken voordat het advies van de Raad van State wordt gevraagd.
De minister meldt dat het lerend inburgeringsstelsel Wi2021 zich bewijst door knelpunten vroeg te signaleren en aan te pakken, mede dankzij intensieve ketensamenwerking met gemeenten en partners. Gemeenten krijgen een regierol en worden gestimuleerd om nieuwkomers zo snel mogelijk te laten starten met inburgering, ook al zijn er nog uitdagingen bij de vroege start. Verdere monitoring en onderzoek volgen in 2024.
De minister presenteert een onderzoeksrapport over de voor- en nadelen van het onderbrengen van de onderwijsroute voor nieuwkomers binnen het publiek bekostigd onderwijs versus het huidige private stelsel. Het rapport concludeert dat de stelselkeuze niet doorslaggevend is voor de inburgeraar, maar dat beleidskeuzes binnen het stelsel belangrijker zijn. De minister neemt de uitkomsten mee in de evaluaties van de Wet inburgering 2021 in 2025 en 2027.
De minister kondigt een wetswijziging aan die de rol van de koppelgemeente bij de inburgering van asielstatushouders verduidelijkt, zodat deze binnen tien weken na huisvesting een persoonlijk inburgeringsplan opstelt. Daarnaast wordt voorgesteld dat taaluren gevolgd in praktijk- en speciaal onderwijs meetellen voor de inburgeringstaaluren van jongeren in de zelfredzaamheidsroute, om effectiever en motiverender onderwijs te bieden. Twee technische wijzigingen in het Besluit inburgering 2021 worden ook doorgevoerd.
De ministers sturen een afschrift van hun reactie op de brief van de MBO Raad, Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland over de borging en financiering van de onderwijsroute. Hiermee wordt voldaan aan het verzoek van de commissie. Verdere inhoudelijke besluiten of toezeggingen worden niet genoemd.
De minister onderzoekt waar de Wet inburgering 2021 en de Participatiewet schuren bij het combineren van inburgering en betaald werk voor statushouders en presenteert oplossingsrichtingen. Er wordt ingezet op meer duale trajecten waarin taalonderwijs en werk gecombineerd worden om participatie te versnellen. Voor juridische aanpassingen wordt de volgende regering verantwoordelijk gesteld.
De minister meldt dat het inburgeringsproces onder de Wet inburgering 2021 vordert met een stijgend aantal vastgestelde Persoonlijke Inburgeringsplannen (PIP’s) en meer taalaanbod voor statushouders. Daarnaast wordt gewerkt aan een wetswijziging om gemeenten meer duidelijkheid en flexibiliteit te geven bij het financieel ontzorgen van statushouders, ter verbetering van hun financiële startpositie.
De minister erkent dat gemeenten voortvarend werken aan de Wet inburgering 2021, maar dat knelpunten blijven, zoals de beperkte mogelijkheid voor statushouders om vroeg te starten met inburgering in opvanglocaties. Hij zet in op kortetermijnmaatregelen om samenwerking tussen COA en gemeenten te verbeteren en onderzoekt wetswijzigingen om de inburgeringstermijn te verlengen met de opvangduur, ter bevordering van snelle en effectieve integratie.
Het kabinet stelt van 2026 tot en met 2029 extra middelen beschikbaar voor de onderwijsroute binnen het inburgeringsstelsel, zodat gemeenten deze kunnen inkopen tegen een gemiddelde trajectprijs van €17.000. De onderwijsroute blijft binnen het private stelsel voortgezet, met een tijdelijke bijdrage van OCW en een inventarisatie van knelpunten om de route toekomstbestendig te maken.
De minister zet in op een vroege start van inburgering in azc’s door structurele financiering van Meedoenbalies en taallessen, extra aandacht voor participatie van vrouwelijke azc-bewoners en verbeterde samenwerking tussen COA en gemeenten. Daarnaast worden acties ingezet om informatievoorziening te verbeteren, warme overdracht te versterken en online onderwijs te verkennen. Ook wordt de doorlooptijd voor het vaststellen van inburgeringsplannen (PIP’s) versneld, maar blijft aandacht nodig om de wettelijke termijn van 10 weken te halen.
Gemeenten gebruiken naast de leerbaarheidstoets ook extra methoden zoals arbeidsproeven en NOA-capaciteitentests om statushouders beter in te delen in de onderwijsroute, waarbij Dordrecht meer jongeren in deze route plaatst dan gemiddeld. De onderwijsroute is inmiddels in vrijwel alle arbeidsmarktregio’s beschikbaar, met vervangende inburgeringsactiviteiten voor jongeren die wachten op een plek. De maximale inburgeringstermijn is drie jaar, en er zijn geen signalen dat jongeren hierdoor problemen ondervinden.
Commissieverslagen
?
Verslagen van commissiedebatten en wetgevingsoverleggen die dit onderwerp raken, sinds de start van kabinet-Jetten. Verslagen bevatten de inbreng per fractie en de beantwoording door de bewindspersoon. We hebben voor dit tijdsvenster gekozen omdat bij iedere kabinetswissel de politieke verhoudingen weer anders liggen, en fracties andere opvattingen kunnen hebben wanneer ze wisselen van oppositie naar coalitie of andersom.
Debat over de wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2026, met focus op de inzet en financiering van proactieve dienstverlening, bijzondere bijstand, studietoeslag en ondersteuning van gemeenten bij uitvoering. GroenLinks-PvdA benadrukt het belang van volledige reparatie en structurele dekking, terwijl CDA en D66 vragen stellen over alternatieve financieringsbronnen en de impact op kwetsbare groepen.
Gemeentelijk perspectief
?
Positie van koepels die gemeenten vertegenwoordigen op dit onderwerp, sinds de start van kabinet-Jetten.
De Wet inburgering 2021 functioneert positief voor inburgeraars en gemeenten, maar VNG benadrukt de noodzaak van duidelijke financiële afspraken en betere samenhang binnen de asielketen. Daarnaast vraagt VNG aandacht voor de integratie van 135.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland.
G40 benadrukt het belang van een versnelde uitrol van warmtenetten en slimmer gebruik van het elektriciteitsnet via hun routekaarten. Daarnaast dringt G40 aan op voortgang bij de herziening van de Participatiewet. Ze pleiten voor concrete stappen en samenwerking met ministeries om lokale energie- en participatievraagstukken effectief aan te pakken.
- G40-oproep aan ministers Hermans en Keijzer: Gebruik onze routekaart voor het versneld uitrollen van warmtenetten ↗ · 4 juni 2025
- G40 roept op door te pakken met de herziening van de Participatiewet ↗ · 16 mei 2024
- G40-oproep aan minister Jetten: gebruik onze Routekaart Versterken Lokaal Energiesysteem voor slimmer gebruik van het elektriciteitsnet ↗ · 9 april 2024
Divosa ondersteunt de vereenvoudiging van de banenafspraak vanaf 2026, waardoor minder administratie en een bredere doelgroep mogelijk zijn. De koepel onderschrijft het kabinet dat vasthoudt aan een sterke sociale infrastructuur gericht op werk en benadrukt het belang van loonkostensubsidie als rijksbreed instrument. Daarnaast waardeert Divosa de versterking van handhaving en cliëntondersteuning binnen de sociale zekerheid.
- Nieuwe regels banenafspraak: minder administratie, meer kansen ↗ · 23 juli 2026
- Kabinet houdt vast aan koers sociale infrastructuur naar werk ↗ · 9 juli 2026
- Kabinet stelt verbreding banenafspraak en doelgroep loonkostensubsidie voor ↗ · 9 juli 2026
- Onderzoek toont preventieve waarde van cliëntondersteuning aan ↗ · 9 juli 2026
- Wet Handhaving sociale zekerheid treedt in werking ↗ · 9 juli 2026
Wetgeving
?
Wetsvoorstellen die dit onderwerp raken — zowel in behandeling als aangenomen. Klik op een wetsnaam om naar de detail-pagina op tweedekamer.nl te gaan.
Dit wetsvoorstel regelt dat gemeenten voortaan tussentijds een aangepaste voorlopige uitkering kunnen ontvangen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen, zodat zij beter kunnen inspelen op veranderingen in het aantal inburgeraars. Daarnaast wordt een wettelijke basis gelegd voor een specifieke uitkering voor de onderwijsroute binnen de inburgering, omdat het bestaande budget hiervoor onvoldoende was. Het voorstel is bedoeld voor gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 en komt voort uit signalen over financiële knelpunten en de behoefte aan een stabieler en beter gefinancierd aanbod van inburgeringsonderwijs.
Dit wetsvoorstel regelt aanpassingen in het overgangsrecht van de Wet inburgering 2013 voor mensen die vóór 2022 onder deze wet vielen en nog moeten inburgeren. Het maakt het mogelijk om via lagere regelgeving versoepelingen en maatwerk te bieden, zoals ruimere ontheffingsmogelijkheden, verlenging van termijnen en betere begeleiding, vooral voor kwetsbare groepen. De aanleiding is dat het oude strenge stelsel soms hardvochtig uitpakt en dat ervaringen, onder andere uit de kinderopvangtoeslagaffaire, hebben geleid tot een herziening om de positie van inburgeraars te verbeteren zonder het hele stelsel te veranderen. De wijzigingen gelden voor gemeenten, DUO en inburgeringsplichtigen die nog onder de oude wet vallen.
Dit wetsvoorstel regelt een nieuw inburgeringsstelsel voor mensen met een verblijfsvergunning die in Nederland moeten integreren, zoals asielstatushouders en gezinsmigranten. Gemeenten krijgen hierbij een regierol en begeleiden inburgeringsplichtigen met een persoonlijk plan, zodat zij sneller en beter kunnen meedoen in de samenleving, bij voorkeur via werk. De aanleiding is dat het huidige stelsel onvoldoende effectief is, met te weinig ondersteuning en te veel eigen verantwoordelijkheid bij nieuwkomers, waardoor inburgering traag verloopt en resultaten achterblijven. Het nieuwe stelsel biedt maatwerk via drie leerroutes en combineert taal leren met maatschappelijke participatie, met als doel een snellere en volwaardigere integratie.
Gerelateerde dossiers
?
Andere dossiers op beleidskern.nl met overlappende onderwerpen of ministerie.